Echocardiografie (hartecho): procedure, redenen

Wanneer wordt echocardiografie uitgevoerd?

Een cardiale echografie wordt uitgevoerd wanneer de volgende ziekten worden vermoed of om de voortgang ervan te volgen:

  • hartfalen
  • coronaire hartziekte, hartaanval
  • Vermoeden van schade aan de hartkleppen
  • Vorming van bloedstolsels in het hart
  • hartafwijkingen (ziektes)
  • Pericardiale effusie (pericardiale effusie)
  • Uitpuilen of scheuren van de aortawand

Transoesofageale/transthoracale echocardiografie (TTE-onderzoek)

Normaal gesproken wordt het echo-onderzoek van het hart uitgevoerd zoals elke andere echografie, dat wil zeggen via een transducer die door de arts op het lichaamsoppervlak van de patiënt wordt geplaatst. Dit wordt transthoracale echocardiografie genoemd, dat wil zeggen “via de thorax”.

Voor sommige vragen is het zicht van buitenaf echter niet meer voldoende. In dit geval wordt de zogenaamde transoesofageale echocardiografie (TEE) uitgevoerd. Bij deze procedure duwt de arts een speciale transducer door de slokdarm naar de ingang van de maag. Het hart bevindt zich in de directe omgeving en kan daardoor beter worden beoordeeld. Hiervoor wordt de keel verdoofd en kan de patiënt desgewenst ook een kalmerend middel krijgen.

Stress-echocardiografie

Wat zijn de risico's van echocardiografie?

Transthoracale echocardiografie in rust is volkomen onschadelijk en biedt geen risico's. Bij stress-echocardiografie kunnen daarentegen in zeldzame gevallen hartritmestoornissen of, in extreme gevallen, een hartaanval of hartfalen optreden. Omdat de patiënt echter tijdens het onderzoek de hele tijd wordt bewaakt, kan de arts dreigende complicaties zeer vroeg detecteren en ingrijpen.

Tijdens transoesofageale echocardiografie moet de patiënt worden geïnformeerd over de volgende mogelijke complicaties:

  • letsel aan de slokdarm en het strottenhoofd
  • Schade aan de tanden
  • Bijwerkingen van de kalmerende medicatie, indien deze wordt toegediend.