Wat is een tic?

Kort overzicht

  • Wat is een tic? Een plotselinge beweging of geluid dat geen enkel doel dient en niet kan worden gecontroleerd door de getroffen persoon.
  • Welke tics zijn er? Er zijn motorische tics (trekkingen, knipperen, grimassen, stampen, enz.) en vocale tics (keel schrapen, grommen, snauwen, woorden herhalen, enz.) in verschillende combinaties. De meest complexe variant is het syndroom van Tourette.
  • Oorzaken: Bij primaire tics blijft de oorzaak onbekend (vermoedelijk: verstoring van het boodschappermetabolisme in de hersenen, genetische aanleg, infecties). Secundaire tics komen voor in verband met andere ziekten (bijvoorbeeld hersenontsteking) of met medicijnen of drugs.
  • Behandeling: Bij secundaire tics: behandeling van de onderliggende ziekte. Bij primaire tics bijvoorbeeld methoden van gedragstherapie (HRT, ERPT), ontspanningstechnieken, eventueel medicatie. De getroffenen moeten ook stress verminderen of vermijden (het kan tics verergeren).

Tic: definitie

In de regel herhaalt een tic zich met verschillende tussenpozen.

Tics kunnen in verschillende vormen voorkomen. Een voorbeeld is het syndroom van Gilles de la Tourette. De getroffenen beginnen herhaaldelijk met hun armen te trillen, te knipperen, te grommen of scheldwoorden te schreeuwen zonder duidelijke reden (medische coprolalie).

Een tic is irriterend voor de omgeving en zeer stressvol voor de getroffen persoon. Een echte tic kan meestal niet worden genezen. De juiste therapie kan echter vaak de symptomen verlichten.

Tic: Voorkomen en verloop en

Tics zijn meestal tijdelijk en verdwijnen na een paar weken of maanden weer. Zelfs als de ticstoornis langer dan een jaar duurt, hoeft deze niet noodzakelijk chronisch te worden. Na een symptoomvrij interval kunnen de tics echter terugkeren.

Tics komen meestal voor het eerst voor in de kindertijd of adolescentie. Tics zijn zelfs niet ongewoon bij kinderen. Volgens deskundigen ontwikkelt ongeveer elk tweede kind in de basisschoolleeftijd een tijdelijke tic, meestal van motorische aard. Jongens worden vaker getroffen dan meisjes. De oorzaak hiervan is nog onduidelijk.

Combinatie met andere ziekten

Tics kunnen voorkomen in combinatie met psychische of psychiatrische aandoeningen. Deze hoeven niet noodzakelijkerwijs direct verband te houden met de ticstoornis, maar artsen hebben geconstateerd dat ze in dergelijke gevallen vaker voorkomen (comorbiditeit).

Tics komen bijvoorbeeld vaker voor bij kinderen met hyperkinetische stoornissen (ADHD), emotionele stoornissen en het syndroom van Asperger (autisme). Depressie en ontwikkelingsstoornissen worden ook soms in verband gebracht met tics.

Welke tics zijn er?

Tics kunnen sterk variëren van persoon tot persoon. Dit geldt zowel voor de intensiteit en frequentie als voor de inhoud. Artsen maken onderscheid tussen motorische tics en vocale tics, die in eenvoudige of complexe vormen kunnen voorkomen.

Motorische tic

In de meeste gevallen manifesteren eenvoudige motorische tics zich in het gezicht. Voorbeelden hiervan zijn

  • Knipperen, fronsen en/of de wenkbrauwen optrekken
  • rollende ogen
  • Grimassen, hoofd gooien/knikken
  • mondopening

Eenvoudige motorische tics zijn vanaf het hoofd naar beneden waarneembaar, bijvoorbeeld in de vorm van schoudertrekkingen of zwaaiende bewegingen van de armen. De romp- en beenspieren worden zelden aangetast, maar ook in deze gebieden kunnen tics voorkomen.

Bij complexe motorische tics voeren de getroffenen soms hele bewegingssequenties uit, bijvoorbeeld:

  • springen, huppelen
  • klappen
  • stempelen
  • tikken
  • werpbewegingen
  • jezelf slaan of zelfs bijten

Sommige patiënten slagen er verrassend goed in om hun motorische tic in hun dagelijkse bewegingen te integreren om zo min mogelijk aandacht te trekken. Bij een vocale tic is dit veel moeilijker.

Vocale tic

Bij een vocale tic maakt de getroffen persoon een onvrijwillig en onbedoeld geluid of geluid. Bij een simpele vocale tic kan dit bijvoorbeeld zijn:

  • de keel schrapen, blaffen of snuiven
  • Sissen, hoesten, fluiten
  • Grommen of happen
  • Het herhalen van de woorden/zinnen van anderen of van zichzelf (echolalie, palilalia)
  • Woorden uitspreken die nergens op slaan; soms zijn het ook obscene woorden (coprolalia)

Bovenal: als de getroffenen scheldwoorden en beledigende inhoud uitspreken als onderdeel van hun tic, lijden zowel de getroffenen als hun omgeving er meestal zwaar onder.

Verdere classificatie van tics

De Internationale Statistische Classificatie van Ziekten (ICD) maakt onderscheid tussen verschillende groepen ticstoornissen. De belangrijkste zijn

  • Tijdelijke ticstoornissen: ze duren niet langer dan twaalf maanden en nemen vaak de vorm aan van knipperen met de ogen, grimassen of hoofdschudden.
  • Chronische motorische of vocale ticstoornis: deze duurt langer dan een jaar en bestaat uit motorische of vocale tics (maar nooit beide tegelijk). Sommige patiënten vertonen slechts één enkele (motorische of vocale) tic. Er zijn echter vaak meerdere tics tegelijk, die allemaal motorisch of vocaal van aard zijn.

Tic: oorzaken en ziekten

Vaak kan er geen oorzaak voor een ticstoornis worden vastgesteld. Dit wordt een primaire of idiopathische tic genoemd. In andere gevallen komen tics secundair voor als onderdeel van andere ziekten of stoornissen (secundaire tic).

Psychosociale stress en medicijngebruik tijdens de zwangerschap kunnen in verband worden gebracht met het optreden van een ticstoornis bij het kind, zo blijkt uit onderzoek. Hetzelfde geldt voor roken, alcoholgebruik en het gebruik van andere drugs tijdens de zwangerschap.

Primaire tic

Hoe een primaire tic (idiopathische tic) ontstaat is nog onduidelijk. Zeker is echter dat een genetische aanleg een rol speelt, omdat ticstoornissen vaak in de familie voorkomen.

Er zijn ook steeds meer aanwijzingen dat een stoornis in het boodschappermetabolisme in de hersenen betrokken is bij de ontwikkeling van ticstoornissen. Een teveel aan de boodschapperstof (neurotransmitter) dopamine staat hier centraal.

De afkorting PANDAS verwijst naar neuropsychiatrische aandoeningen (waarschijnlijk auto-immuunziekten) die optreden na infectie met bepaalde streptokokken in de kindertijd. Deze kunnen ticstoornissen omvatten.

Secundaire tic

Een secundaire tic ontwikkelt zich in verband met andere ziekten zoals

  • Ontsteking van de hersenen (encefalitis)
  • Ziekte van Wilson (koperstapelingsziekte)
  • Ziekte van Huntington (de ziekte van Huntington)

Zeer zelden kunnen medicijnen (zoals cocaïne) of bepaalde medicijnen ook tics veroorzaken. Deze medicijnen omvatten anticonvulsiva zoals carbamazepine of fenytoïne, die worden gebruikt om epilepsie te behandelen.

Tic: Wanneer moet je naar een dokter?

Een ticstoornis vormt zelden een acuut gezondheidsrisico. Niettemin moeten de getroffenen een arts raadplegen zodra de tics voor de eerste keer verschijnen. De arts kan mogelijke ziekten als oorzaak identificeren en in een vroeg stadium een ​​behandeling starten. Mogelijk kan dan worden voorkomen dat de klachten verergeren en de tic chronisch wordt.

Tic: Wat doet de dokter?

Allereerst moet de arts vaststellen of er sprake is van een echte ticstoornis en, zo ja, of daar een herkenbare oorzaak voor is. De arts zal dan een geschikte therapie voorstellen.

Tic: onderzoeken en diagnose

Naast het lichamelijk onderzoek is de medische geschiedenis (anamnese) een belangrijk diagnostisch criterium. De arts vraagt ​​de patiënt (of ouders in het geval van kinderen) bijvoorbeeld wanneer een tic voor het eerst optrad, hoe vaak deze merkbaar is en wat de oorzaak zou kunnen zijn. Ook vraagt ​​hij naar eventuele eerdere ziektes.

Er zijn ook vragenlijsten die familieleden of ouders gedurende een aantal weken invullen. Deze informatie wordt vervolgens door de arts gebruikt om te beoordelen hoe ernstig de ticstoornis is. Internationaal wordt hiervoor bijvoorbeeld de ‘Yale Global Tic Severity Scale’ (YGTSS) gebruikt. Zodra de juiste diagnose is gesteld, kan de behandeling beginnen.

Tic: behandeling

In het geval van een secundaire tic moet de veroorzakende ziekte worden behandeld.

Als er een primaire tic aanwezig is, is uitgebreide begeleiding van de getroffen persoon en zijn familieleden erg belangrijk. De patiënt en zijn/haar zorgverleners moeten de aandoening begrijpen en zich bewust zijn van mogelijke verergerende factoren. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat ouders begrijpen dat hun kind de tics niet onder controle heeft. Verzoeken om te stoppen met herhaaldelijk knipperen, grommen of stampen veroorzaken alleen maar extra stress voor het kind; de tics kunnen daardoor zelfs ernstiger worden.

In het geval van getroffen kinderen of adolescenten kan het ook nuttig zijn om leraren en trainers over de stoornis te informeren om een ​​breed begrip te garanderen. Uiteraard mag dit alleen gebeuren met toestemming van de betrokkenen.

Mogelijke therapieconcepten zijn onder meer

  • Ontspanningstechnieken en zelfmanagement, waarbij patiënten bewust leren ontspannen en zo gericht de ticsymptomen verminderen (bijvoorbeeld progressieve spierontspanning).
  • Habit Reversal Training (HRT) beschrijft een therapiemodel dat onder meer de bewuste perceptie van tics traint en helpt een motorische tegenreactie te ontwikkelen (bijvoorbeeld het strekken van de armen tegen schoudertrekkingen).
  • Exposure and Response Prevention Training (ERPT) heeft daarentegen tot doel de gedachte of het automatisme te doorbreken dat een tic-aanval altijd op een voorgevoel moet volgen.

Medicatie tegen tics?

Er zijn ook medicamenteuze therapieën, hoewel deze niet altijd worden gebruikt voor ticstoornissen. Artsen wegen voor elke patiënt de verwachte voordelen van een medicijn af tegen de mogelijke risico's en bijwerkingen.

De grootste behandelingseffecten kunnen worden bereikt met psychotrope geneesmiddelen die de aanlegplaatsen voor dopamine (dopaminereceptoren) in de hersenen blokkeren. Deze omvatten bijvoorbeeld tiapride, pimozide en haloperidol. Bij bijkomende aandoeningen kan de arts ook andere medicijnen gebruiken.

Een aanhoudende ticstoornis kan niet permanent worden genezen. De tic kan echter op zijn minst worden verlicht met de juiste therapeutische benaderingen.

Tic: Wat je zelf kunt doen

Als de stress van binnenuit komt (bijvoorbeeld door uitgesproken perfectionisme), kan de ongunstige innerlijke houding indien nodig worden gecontroleerd en veranderd met behulp van psychotherapeutische procedures (cognitieve gedragstherapie).

Het kan ook nuttig zijn om een ​​ontspanningstechniek zoals autogene training of meditatie te leren en deze regelmatig te oefenen.