Pleurale punctie: definitie, redenen, procedure en risico's

Wat is een pleurale punctie?

Tijdens een pleurale punctie wordt een fijne holle naald in de pleuraholte ingebracht om opgehoopt vocht te verwijderen (pleurale effusie). De pleuraholte is de smalle ruimte tussen de twee pleurale platen: het borstvlies, dat direct op de longen ligt, en het borstvlies, dat op de ribben van de borstwand ligt.

Een pleurale effusie wordt in de volksmond ook wel ‘water in de longen’ genoemd, hoewel er zich vloeistof rond de longen heeft opgehoopt (en niet IN de longen).

Wanneer wordt een pleurale punctie uitgevoerd?

Een pleurale punctie wordt uitgevoerd als er sprake is van pleurale effusie. Een dergelijke ophoping van vocht tussen de twee pleurale vellen kan bijvoorbeeld verschillende oorzaken hebben

  • Ontsteking (bijv. pleuritis, longontsteking, tuberculose): Dit kan een uitstroming van meerdere liters vocht in de pleuraholte veroorzaken, waardoor ernstige kortademigheid ontstaat.
  • Tumoren: Dit kan een primaire tumor zijn die zich direct in het longgebied of in de directe omgeving heeft ontwikkeld (bijvoorbeeld longkanker, pleurale kanker), of metastasen van verder weg gelegen primaire tumoren (bijvoorbeeld darmkanker, prostaatkanker).
  • Leverfalen (leverinsufficiëntie): het kan ook pleurale effusie veroorzaken, waardoor een pleurale punctie noodzakelijk is.
  • Nierziekte: Soms is bijvoorbeeld nierzwakte (nierinsufficiëntie) de oorzaak van een ophoping van vocht in de pleuraholte.
  • Verwondingen in het borstgebied (zoals ribfracturen): Deze kunnen leiden tot een bloederige pleurale effusie (hematothorax). Als het letsel gepaard gaat met een scheuring van het grootste lymfevat van het lichaam (thoracaal kanaal) in het borstgebied, is het resultaat een lymfehoudende pleurale effusie (chylothorax).

Pleurale punctie kan om therapeutische redenen worden uitgevoerd als de pleurale effusie zo groot is dat deze de longen verdringt en ademhalingsmoeilijkheden bij de patiënt veroorzaakt. Het opgehoopte vocht kan via de punctie worden verwijderd.

Soms wordt ook een pleurale punctie uitgevoerd voor nooddrukontlasting bij een pneumothorax, dat wil zeggen wanneer er lucht in de pleuraholte is gekomen waardoor de onderdruk verloren gaat. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren bij verwondingen in het borstgebied (steek- of schotwonden, ribfracturen, enz.) of bij verschillende ziekten (zoals COPD).

Wat wordt er gedaan tijdens een pleurale punctie?

Vóór de pleurale punctie controleert de arts de pleurale effusie met behulp van echografie om de geschatte hoeveelheid en de mogelijke prikplaats in te schatten. Een bloedmonster geeft informatie over de vraag of de patiënt lijdt aan een stollingsstoornis. Dit kan complicaties veroorzaken, zoals ernstige bloedingen tijdens de punctie.

Om ervoor te zorgen dat de effusie zich volledig in het middenrif verzamelt en zo de verwijdering vergemakkelijkt, zit de patiënt tijdens de pleurale punctie normaal gesproken met het bovenlichaam licht naar voren gebogen en ondersteund door de armen. Als de bewegingen van de patiënt echter beperkt zijn, kan een pleurale punctie ook worden uitgevoerd terwijl de patiënt ligt. De arts kiest doorgaans de diepst mogelijke prikplaats om zoveel mogelijk vocht op te kunnen zuigen.

De arts desinfecteert eerst de prikplaats, wikkelt deze in een steriel laken en injecteert een plaatselijke verdoving zodat er geen pijn wordt gevoeld tijdens de punctie. Algemene anesthesie is niet nodig; angstige patiënten kunnen echter medicijnen krijgen om ze te kalmeren.

Na enkele centimeters bevindt de naald zich in de pleuraholte: de vloeistof kan nu met een injectiespuit worden opgezogen. De arts trekt vervolgens de spuit terug. Het wondje sluit dan meestal vanzelf en wordt afgedekt met een pleister.

Wat zijn de risico’s van een pleurale punctie?

In zeldzame gevallen kunnen de volgende complicaties optreden tijdens een pleurale punctie:

  • Bloeding op de prikplaats (vooral bij niet-herkende stollingsstoornissen)
  • infecties
  • Schade aan aangrenzende organen of weefselstructuren (zoals longen, middenrif, lever, milt)
  • Longoedeem en mogelijk een nieuwe pleurale effusie (als de effusie te snel wordt opgezogen, wat resulteert in negatieve druk in de pleuraholte)

Waar moet ik op letten na een pleurale punctie?

Na een pleurale punctie moet u oppassen voor pijn en mogelijke postoperatieve bloedingen in de omgeving van de punctieplaats. Als u opnieuw last krijgt van kortademigheid of hevige pijn, moet u dit onmiddellijk aan uw arts vertellen. Zintuiglijke stoornissen en tintelingen in het ribgebied na een pleurale punctie moeten ook als waarschuwingssignaal worden opgemerkt.