Hoofd

Introductie

Het menselijk hoofd (schedel, lat. Caput) is het belangrijkste deel van het lichaam. Het bevat:

  • Zintuigen,
  • Organen van beluchting en voedselopname
  • Net als de hersenen.

Bones

Het benige schedel bestaat uit 22 individuele, meestal platte botten. Bijna allemaal botten onwrikbaar met elkaar verbonden zijn; alleen de onderkaak bot (onderkaak) kan worden bewogen het kaakgewricht. Het benige schedel is verdeeld in de gezichtsschedel en de hersenschedel, met de grens tussen de bovenrand van de oogkas en de bovenrand van de externe gehoorgang.

Hersenschedel (Neurocranium)

De hersenen schedel bestaat uit 7 botten en vormt zo zowel het kalotje (= schedeldak) als het basis van de schedel: De botten van de schedel-kelk zijn in eerste instantie alleen verbonden door kraakbeen en alleen in de loop van het leven verstarren. Men vindt dus nog Fontanellen met baby's, met wat het voorhoofd-Fontanelle en de achterhoofdsknobbel-Fontanelle vertegenwoordigen de belangrijkste. Door de positie van de fontanellen kan de verloskundige bijvoorbeeld voelen in welke positie het kind uit het geboortekanaal wordt geboren.

Het is ook mogelijk om zogenaamde craniale hechtingen te onderscheiden, waarbij de individuele botten zijn verbonden. Deze bevinden zich aan de bovenkant van de schedel: Als deze craniale hechtingen na verloop van tijd verstarren, kunnen craniale misvormingen optreden, bijvoorbeeld: bootschedel, kielschedel, enz. basis van de schedel er zijn talloze openingen waardoor structuren van de zenuwstelsel in het bijzonder bewegen naar de hersenen of weg van de hersenen.

  • Occipitaal bot (achterhoofdsbeen)
  • 2 * Os pariëtale (pariëtale bot)
  • Os frontale (voorhoofdsbeen)
  • 2 * Os temporaal (slaapbeen)
  • Os sphenoidale (wiggenbeen)
  • De Lamdan-hechting,
  • De voorhoofdnaad,
  • De pijlnaad en de kransnaad.

Gezichtsschedel (viscerocranium)

De benige gezichtsschedel bestaat uit 15 botten, die het gezicht met oog vormen, neus- en mond holte: In het gebied van de gezichtsschedel zijn er ook de zogenaamde neusbijholten (Sinus paranasales): Dit zijn holle ruimtes in de botten die grenzen aan de neusholte, die zijn bekleed met slijmvliezen. Deze holtes worden geventileerd. Als er een ontsteking van de sinussen optreedt, wordt dit genoemd sinusitis.

  • Of ethmoïdaal
  • 2 * Os neus (neusbot)
  • 2 * Maxilla (bovenkaakbot)
  • 2 * Os lacrimale (traanbeen)
  • 2 * Os zygomaticum (jukbeen)
  • 2 * Os palatinum (palatinum)
  • 2 * Concha nasalis inferior (onderste neusschelp)
  • Vomer (ploegschaar)
  • Onderkaak (onderkaakbeen)
  • Sinus maxillaris (maxillaire sinus)
  • Sinus frontalis (frontale sinus)
  • Sinus sphenoidalis (sphenoidale sinus)
  • Cellulae ethmoidales (ethmoid cellen)